B1 · Prepositions
Behalve en inclusief
Behalve for except, inclusief and exclusief for including.
- De winkel is ___ zaterdag en zondag gesloten.
- De prijs is 25 euro, ___ btw.
- Alle bezoekers krijgen een consumptiebon, ___ kinderen jonger dan vier jaar.
- De parkeerplaats is betaald, ___ bewoners met een vergunning.
- Het abonnement kost 40 euro per maand, ___ de installatiekosten.
- We nemen twee kamers, ___ een suite voor het bruidspaar.
- De rondleiding is in het Engels, ___ een korte Nederlandse samenvatting.
- Iedereen is welkom, ___ de honden, die hebben hun eigen terrein.
- De prijs is 12,50 euro, ___ de btw, dus u betaalt 15,13.
- Deze week is iedereen vrij, ___ de vrijdag, dan is het feest.
- De kaart kost 15 euro en is geldig voor het hele jaar, ___ 1 januari.
- Er is parkeergelegenheid, ___ op zondag is het gratis.