Learn Dutch
B1 · Prepositions

Betreffende en rondom

Betreffende and rondom for about and around.

  1. Er is een brief ___ uw aanvraag om een parkeerplaats.
  2. Ze vroeg informatie ___ de nieuwe tarieven van het zwembad.
  3. Er staan prachtige oude bomen ___ het plein.
  4. We hebben gisteren een overleg ___ de toekomst van het zwembad.
  5. Er ontstond ruzie ___ de verdeling van de taken in het team.
  6. Er ligt een klein kerkhof uit de middeleeuwen ___ de kerk.
  7. Zij stuurde een e-mail ___ de wijziging van het rooster.
  8. Het gesprek ging ___ haar plannen voor de toekomst.
  9. Er ligt een groot grasveld ___ het zwembad.
  10. In de brief staat meer ___ de procedure bij een klacht.
  11. Overal ___ de oude molen is het gras hoog en grasgroen.
  12. Het onderzoek ___ de klacht loopt nog.