B1 · Prepositions
Aan het begin en het einde van
Aan het begin van and aan het einde van for start and end.
- Aan het begin ___ de ochtend is het hier altijd rustig.
- Aan het einde ___ de les gaan we samen naar huis.
- Aan het begin ___ het jaar maakten we allemaal goede voornemens.
- Hij vertelde dit ___ het einde van het gesprek, niet meteen.
- Aan het begin ___ de film hoor je de muziek duidelijker.
- Aan het einde ___ de presentatie was er tijd voor vragen.
- De cursus begint in januari en eindigt ___ mei.
- Aan het begin ___ de middag was het nog rustig op de markt.
- Aan het eind ___ de rit konden we uitzicht op de zee.
- Het nieuw komt pas aan het einde ___ de week op de website.
- Aan het begin ___ zijn loopbaan werkte hij in een klein bedrijf.
- Aan het einde ___ de dag liep ze nog even langs de markt.