B1 · Prepositions
Adjectives & nouns + preposition
trots op, bang voor, behoefte aan…
- Ik ben erg trots ___ mijn dochter.
- Ze is erg geïnteresseerd ___ geschiedenis.
- Mijn zoon is bang ___ de tandarts.
- We zijn heel tevreden ___ de nieuwe keuken.
- Ben je jaloers ___ je broer?
- Er is veel vraag ___ betaalbare woningen.
- Heb je een oplossing ___ dit probleem?
- Ik heb geen behoefte ___ meer informatie.
- Ze heeft veel ervaring ___ jonge kinderen.
- Het verschil ___ deze twee woorden is klein.
- Hij is verliefd ___ zijn collega.
- De verhuurder is verantwoordelijk ___ groot onderhoud.