Met kinderopvangtoeslag betaalt de overheid een deel van de kosten van de kinderopvang. Ouders met een baan kunnen in aanmerking komen voor de toeslag, ongeacht hun inkomen. Het bedrag hangt af van het inkomen, van het aantal kinderen en van de hoeveelheid uren die je opvang afneemt.
Je vraagt de toeslag aan via het formulier op de website van de Belastingdienst. Je moet voor elk kind apart een aanvraag doen. Daarnaast stuur je een bewijs van de kinderopvang mee: dat kan een contract zijn, maar het mag ook een briefje van het kinderdagverblijf zijn.
De toeslag wordt per kwartaal uitbetaald. De betaling komt meestal binnen drie weken na de aanvraag op je rekening. Let op: als de opvang stopt, moet je dat zo snel mogelijk melden. Betaal je de opvang niet, dan kan de toeslag met terugwerkende kracht worden teruggevorderd.
Sommige ouders krijgen te maken met een bedrag dat lager is dan verwacht. In dat geval kun je bezwaar maken. De bezwaartermijn is zes weken, gerekend vanaf de datum op de brief. Veel ouders vinden het handig om alle documenten in een map te bewaren.