Elke maandag sluit het bureau voor gevonden voorwerpen de deur. Er liggen dan spullen uit de fietsenstalling, uit de winkelcentrum en uit de treinen. Veel voorwerpen blijven maanden liggen; na drie maanden worden ze geschonken aan een kringloopwinkel.
De meest gevonden voorwerpen zijn paraplu's, handschoenen, tasjes en schooltassen. Fietssleutels komen het vaakst voor: per maand worden ongeveer honderd sleutels ingeleverd. Fietsen die langer dan twee weken staan, worden verwijderd en naar de politie gebracht.
Als je iets hebt verloren, kun je langsgaan in de openingstijden: van dinsdag tot en met vrijdag tussen negen en vijftien uur, en op zaterdag tussen tien en twaalf uur. De zaterdag is vooral druk, want dan komen veel mensen na het winkelen langs.
Voor bezichtigen van een voorwerp is een geldig identiteitsbewijs nodig. Alleen als je het voorwerp zelf hebt, bijvoorbeeld een handgeschreven naam erin, is een omschrijving genoeg. De spullen worden niet per post verstuurd. Wie zijn fiets kwijt is, kan ook de politie bellen: die sluiten fietsen die bij de stallingen staan.