B1 · Verbs
Er is geen … meer
Saying that something is gone: er is geen melk meer.
- Er is geen ___ meer in de koelkast.
- Er is geen ___ meer in de fles.
- Er zijn geen ___ meer in de bakker.
- Er is geen ___ dat het project doorgaat.
- Er is geen ___ om je zorgen te maken.
- Er is geen ___ om dat op te lossen.
- Er is geen ___ dat u morgen belt.
- Er is geen ___ van geld, maar van tijd.
- Er is nog ___ van het nieuwe zwembad te zien.
- Er ___ toen nog geen parkeergarage in deze straat. (zijn)
- Er zijn nog ___ kopers voor dit huis.
- Er was ___ die van die film geweest.