Learn Dutch
B1 · Verbs

Er is geen … meer

Saying that something is gone: er is geen melk meer.

  1. Er is geen ___ meer in de koelkast.
  2. Er is geen ___ meer in de fles.
  3. Er zijn geen ___ meer in de bakker.
  4. Er is geen ___ dat het project doorgaat.
  5. Er is geen ___ om je zorgen te maken.
  6. Er is geen ___ om dat op te lossen.
  7. Er is geen ___ dat u morgen belt.
  8. Er is geen ___ van geld, maar van tijd.
  9. Er is nog ___ van het nieuwe zwembad te zien.
  10. Er ___ toen nog geen parkeergarage in deze straat. (zijn)
  11. Er zijn nog ___ kopers voor dit huis.
  12. Er was ___ die van die film geweest.