B1 · Verbs
Passive without a doer
Er wordt gewerkt: the person who acts is not mentioned.
- Er ___ in dit kantoor hard gewerkt. (werken)
- Er ___ gisteren een fiets gestolen. (stelen)
- In Nederland ___ veel fietsen gestolen. (stelen)
- Er ___ om de tafel gelachen. (lachen)
- Er ___ dit jaar veel nieuwe huizen gebouwd. (bouwen)
- Elke dag wordt er in de kantine ___. (koken)
- Toen ik langs het huis liep, ___ er in de tuin gewerkt. (werken)
- Er ___ in Nederland veel verschillende talen gesproken. (spreken)
- Er is dat jaar slecht ___. (slapen)
- Er ___ om die reden niets gezegd. (zeggen)
- Er ___ in dat stadium veel gezongen en gedanst. (zingen)
- Er ___ al jaren over die taal gesproken. (spreken)