B1 · Verbs
Worden or zijn in the passive
Kies de juiste vorm van worden of zijn in het passief.
- Het contract is gisteren al ___. (tekenen)
- De muren van de gang ___ om de drie jaar geschilderd. (worden)
- Het huis was al ___ toen we het bekeken. (verkopen)
- De nieuwe bibliotheek wordt volgend jaar ___. (openen)
- De brief wordt morgen ___ door de post. (versturen)
- Er ___ vorig jaar een nieuwe bibliotheek geopend. (zijn)
- De hybride werkvloer ___ al ingevoerd. (zijn)
- De resultaten worden pas volgende week ___. (bekendmaken)
- Toen ik er aankwam, ___ de zaal al gedecoreerd. (zijn)
- Er zijn veel bomen ___. (planten)
- Het gras moet elke week ___. (maaien)
- De oorzaak van het ongeluk is nog niet ___. (onderzoeken)