Learn Dutch
B1 · Verbs

Verbs that take te + infinitive

Proberen, beginnen, leren, vergeten: welke werkwoorden vragen om te?

  1. Ik probeer elke avond tien minuten Nederlands te ___. (oefenen)
  2. Vergeet niet de afspraak te ___. (verzetten)
  3. Zij besloot een andere baan te ___. (zoeken)
  4. We moeten de oude boeken ___. (inleveren)
  5. Hij heeft vandaag al drie keer gebeld om te ___. (zeggen)
  6. Het is belangrijk om het probleem snel te ___. (oplossen)
  7. Mijn zus leerde al op haar vijfdeende ___. (fietsen)
  8. Hij is begonnen met het verslag te ___. (schrijven)
  9. Omdat het regende, besloot hij thuis te ___. (blijven)
  10. Ze oefent elke dag voor de toespraak te ___. (houden)
  11. Ik wil je erop ___ dat de datum is veranderd. (wijzen)
  12. Ze plegen op vrijdagavond uit te ___. (gaan)