Learn Dutch
B1 · Verbs

Verb clusters: zien and laten

Ik zie je, laat me, laten we: clusters of three verbs.

  1. Ik zie de bus al ___ de hoek om slaan. (zien)
  2. Laat me even ___ wat er in de brief staat. (laten)
  3. Hij liet de hele klas het hoofdstuk ___ lezen. (laten)
  4. We zagen de vogel uit het nest ___. (vliegen)
  5. Laat de kinderen maar even ___ spelen. (laten)
  6. Zag je haar bij de ingaan ___? (zien)
  7. Ik heb hem ___ het huis uit de buurt halen. (laten)
  8. We zagen het weer langzaam ___ opklaren. (zien)
  9. Laat je die mail toch even ___ beantwoorden. (laten)
  10. Ik zag de zon achter de huizen ___ ondergaan. (zien)
  11. Laten we de afspraak naar volgende week ___. (schuiven)
  12. Hij zag er heel ___ uit na die lange dag. (zien)