B1 · Verbs
Verb clusters: zien and laten
Ik zie je, laat me, laten we: clusters of three verbs.
- Ik zie de bus al ___ de hoek om slaan. (zien)
- Laat me even ___ wat er in de brief staat. (laten)
- Hij liet de hele klas het hoofdstuk ___ lezen. (laten)
- We zagen de vogel uit het nest ___. (vliegen)
- Laat de kinderen maar even ___ spelen. (laten)
- Zag je haar bij de ingaan ___? (zien)
- Ik heb hem ___ het huis uit de buurt halen. (laten)
- We zagen het weer langzaam ___ opklaren. (zien)
- Laat je die mail toch even ___ beantwoorden. (laten)
- Ik zag de zon achter de huizen ___ ondergaan. (zien)
- Laten we de afspraak naar volgende week ___. (schuiven)
- Hij zag er heel ___ uit na die lange dag. (zien)