B1 · Verbs
Kiezen and uitzoeken + te
Uitzoeken, kiezen, beslissen: with te + infinitive.
- Ik heb lang ___, maar ik kon niets vinden dat past. (zoeken)
- We moeten samen ___ welk restaurant we gaan. (kiezen)
- Het is moeilijk om de juiste sleutel te ___. (kiezen)
- Zij heeft besloten een andere oplossing te ___. (kiezen)
- We hebben nog geen datum ___. (kiezen)
- De docent vraagt de studenten om een onderwerp te ___. (kiezen)
- Ik heb er lang over ___, maar ik kan me niet voorstellen dat het helpt. (nadenken)
- Wij moeten eerst bekijken welk contract het beste ___. (uitzoeken)
- De klant bedankt ons dat we zo zorgvuldig hebben ___. (uitzoeken)
- Ik aarzel nog over de keuze, ik kan het niet ___. (beslissen)
- Omdat we niets konden ___, gingen we naar een ander adres. (vinden)
- Zij overweegt om de oude laptop te ___. (vervangen)