B1 · Verbs
Even: a short action
Even bellen, even kijken: a quick action in a sentence.
- Ik moet je even ___, het is belangrijk. (bellen)
- Wacht je ___, ik ben er bijna. (wachten)
- Kun je even ___ of de deur open is? (kijken)
- We hebben even ___, want het regende hard. (pauzeren)
- Zij ___ even bij het loket wachten. (wachten)
- Kom even ___ als je tijd hebt. (kijken)
- We moeten de auto even ___ voor de garage. (rijden)
- Ze belde even om te ___ dat het goed ging. (zeggen)
- Laten we even ___ hoe het gaat met het project. (praten)
- Hij moest even zoeken om de benodigde papieren te ___. (zoeken)
- Neem even de tijd om alles goed te ___. (lezen)
- We hebben even ___ om te bespreken wat er gebeurd is. (pauzeren)