B1 · Verbs
The imperative: kom, neemt, loop
Commands and requests with jij, u and jullie.
- ___ binnen, het is koud! (komen)
- ___ u alstublieft even plaatsnemen. (nemen)
- ___ jullie door, de volgende groep wacht. (lopen)
- ___ de ramen, het gaat regenen. (sluiten)
- ___ me even terug, het is dringend. (bellen)
- ___ voorzichtig, het is glibberig. (wezen)
- ___ de deur niet open staan, het tocht hier. (laten)
- ___ de rekening van de excursie bij, dan overmaken we alles. (houden)
- ___ jullie het verslag uiterlijk vrijdag op. (sturen)
- ___ toch niet alles op, de gasten hebben ook honger. (eten)
- ___ het huisnummer even op, dan loop ik niet door de hele straat. (zoeken)
- ___ u gerust een kopje koffie, de keuken is nog open. (nemen)