Learn Dutch
B1 · Verbs

The imperative: kom, neemt, loop

Commands and requests with jij, u and jullie.

  1. ___ binnen, het is koud! (komen)
  2. ___ u alstublieft even plaatsnemen. (nemen)
  3. ___ jullie door, de volgende groep wacht. (lopen)
  4. ___ de ramen, het gaat regenen. (sluiten)
  5. ___ me even terug, het is dringend. (bellen)
  6. ___ voorzichtig, het is glibberig. (wezen)
  7. ___ de deur niet open staan, het tocht hier. (laten)
  8. ___ de rekening van de excursie bij, dan overmaken we alles. (houden)
  9. ___ jullie het verslag uiterlijk vrijdag op. (sturen)
  10. ___ toch niet alles op, de gasten hebben ook honger. (eten)
  11. ___ het huisnummer even op, dan loop ik niet door de hele straat. (zoeken)
  12. ___ u gerust een kopje koffie, de keuken is nog open. (nemen)