B1 · Verbs
Inseparable verbs: one block
Bezoeken, controleren, telefoneren: no split, even in the perfect.
- We ___ de oude brug gisteren. (bezoeken)
- De inspecteur ___ de boeken elke maand. (controleren)
- Mijn moeder ___ mij elke zondag. (telefoneren)
- Hij heeft het contract vandaag ___. (ondertekenen)
- We ___ de aanvraag vandaag met de post. (versturen)
- De studenten ___ hun werk bij de balie. (afleveren)
- De bibliotheek ___ een avond per week gesloten. (sluiten)
- De regiemanager ___ de klacht en belde de klant terug. (behandelen)
- Zij ___ haar oude fiets al snel. (verkopen)
- We moeten de rekening nog ___ en dan is het klaar. (betalen)
- Hij ___ de hele ochtend aan de telefoon. (praten)
- De gemeente zal de werkzaamheden in het weekend ___. (uitvoeren)