Learn Dutch
B1 · Verbs

Formal requests

Kunt u, zou u, mag ik: asking politely in writing.

  1. Kunt u mij de documenten ___? (sturen)
  2. Zou u ons willen ___ wanneer de bijeenkomst plaatsvindt? (melden)
  3. Mag ik weten of de cursus nog ___? (openen)
  4. Graag ontvang ik uw reactie op mijn ___ van 3 mei. (brief)
  5. Kunt u mij laten weten of u tijd hebt voor een ___? (gesprek)
  6. Zou u zo vriendelijk zijn om het formulier ___? (invullen)
  7. Wilt u mij de naam van de contactpersoon ___? (geven)
  8. Ik hoor graag of u het met mijn voorstel ___ bent. (eens)
  9. Zou u een afspraak willen ___ om de situatie te bespreken? (maken)
  10. Mocht u nog vragen hebben, dan kunt u mij altijd ___. (bellen)
  11. Kunt u mij bevestigen dat u de ontvangstsbevestiging hebt ___? (ontvangen)
  12. Voor de goede orde, bijgaand de factuur met ons ___. (referentienummer)