B1 · Verbs
Fixed expressions with verbs
Ter zake, te paard, in orde: verbs in set phrases.
- We moeten iets aan die klacht ___. (doen)
- We gaan dit weekend te paard ___. (gaan)
- Alles is in ___? Dan zijn we klaar. (zijn)
- We moeten de buurt op de hoogte ___ van de verbouwing. (brengen)
- De zorgsector staat al jaren onder grote ___. (staan)
- De directeur nam een paar minuten de tijd om ons ___. (informeren)
- We moeten de rekeningen ___ en de belastingaangifte doen. (nakijken)
- Hij stelde het voor om het probleem op te ___ en er een dag voor te nemen. (pakken)
- Tijdens de piek staat er vaak verkeer ___. (staan)
- We moeten de oude spullen weg ___ en het huis opknappen. (gooien)
- Ik ben er van ___ dat hij komt, hij zei het toch zelf. (zijn)
- Wij moeten ons ___, er is nog veel te doen. (inspannen)