B1 · Verbs
Would: zou + infinitive
Hypotheses, polite requests and reported plans.
- Als ik meer tijd ___, zou ik vaker gaan zwemmen. (hebben)
- Ik weet zeker dat hij het cadeau leuk ___. (vinden)
- Wat ___ jij doen als je de loterij won? (zullen)
- Mevrouw, ___ u even willen wachten? (zullen)
- Als we nu ___, zouden we de bus nog halen. (vertrekken)
- Mijn vrienden zeiden dat ze me met de verhuizing ___. (helpen)
- Als jij burgemeester ___, wat zou je dan veranderen? (zijn)
- Wij ___ graag een tafel voor vier personen willen reserveren. (zullen)
- Ik dacht dat de winkel vandaag open ___. (zijn)
- Ze beloofde dat ze me vanavond ___. (bellen)
- Als ik beter Nederlands ___, zou ik bij de gemeente solliciteren. (spreken)
- Het ___ fijn zijn als je even terugbelt. (zullen)