B1 · Verbs
Verb clusters with a modal
Two verbs at the end: zou willen, moest geven, kan bellen…
- Ik heb hem gevraagd of hij met de verhuizing ___. (willen)
- Mijn chef zei dat ik de presentatie ___. (moeten)
- Ze had graag naar het concert ___ gaan, maar het regende. (willen)
- De directeur vroeg of wij de opdracht ___. (aannemen)
- Ik moet je iets ___. (vragen)
- Je mag niet ___ in de bibliotheek. (schreeuwen)
- Als je niet belt, ___ we je niet terugbellen. (kunnen)
- Omdat hij te laat was, ___ hij de vergadering missen. (moeten)
- Ik weet niet of ik dat ___. (kunnen)
- Ze vroeg of we de vergadering ___. (kunnen)
- Hij was moe, maar hij ___ nog doorwerken. (willen)
- Ik heb haar gezegd dat ik het ___. (doen)