B1 · Verbs
The passive with modals
moeten/kan/zal + worden + participle, and hoeven geen … te.
- De oude brug moet voor 2027 ___. (vervangen)
- Alle aanvragen moeten vóór vrijdag ___. (inzenden)
- Het dak zal volgende zomer ___. (renoveren)
- In het theater mag tijdens de voorstelling niet ___. (fotograferen)
- De huur kan in twee termijnen ___. (betalen)
- De rekening is al ___. (betalen)
- Het gras is vanochtend ___. (maaien)
- Je hoeft geen formulier ___. (invullen)
- We hoeven niets te ___. (veranderen)
- Ik weet niet wanneer de nieuwe regels ___. (publiceren)
- Ze vroeg of de rekening al ___. (betalen)
- Er ___ vaak over de planspraak gesproken. (worden)