Learn Dutch
B1 · Verbs

Perfect + fixed preposition

naar … gezocht, om … gevraagd, over … nagedacht.

  1. Ik heb al een jaar naar een eigen huis ___. (zoeken)
  2. Heb je al om een vrijdag ___? (vrijnemen)
  3. We hebben het al lang ___ over die verhuizing. (nadenken)
  4. Zij heeft drie jaar aan het project ___. (meewerken)
  5. Hij heeft het hele weekend op de bank ___. (wachten)
  6. Mijn ouders hebben al dertig jaar aan de dorpsvereniging ___. (meedoen)
  7. Ik heb de hele ochtend naar de zee ___. (kijken)
  8. Ze heeft drie keer over de rekening ___. (bellen)
  9. We hebben de vergadering naar volgende week ___. (uitstellen)
  10. We hebben lang ___ over de plannen. (praten)
  11. De ploeg heeft tegen de amateurs ___. (spelen)
  12. Mijn broer heeft twee jaar in het buitenland ___. (werken)