B1 · Verbs
Perfect + fixed preposition
naar … gezocht, om … gevraagd, over … nagedacht.
- Ik heb al een jaar naar een eigen huis ___. (zoeken)
- Heb je al om een vrijdag ___? (vrijnemen)
- We hebben het al lang ___ over die verhuizing. (nadenken)
- Zij heeft drie jaar aan het project ___. (meewerken)
- Hij heeft het hele weekend op de bank ___. (wachten)
- Mijn ouders hebben al dertig jaar aan de dorpsvereniging ___. (meedoen)
- Ik heb de hele ochtend naar de zee ___. (kijken)
- Ze heeft drie keer over de rekening ___. (bellen)
- We hebben de vergadering naar volgende week ___. (uitstellen)
- We hebben lang ___ over de plannen. (praten)
- De ploeg heeft tegen de amateurs ___. (spelen)
- Mijn broer heeft twee jaar in het buitenland ___. (werken)