Learn Dutch
B1 · Verbs

If I had known… (past conditional)

Als ik het had geweten, was ik gekomen.

  1. Als ik het ___, was ik eerder gekomen. (weten)
  2. Als je me had gebeld, ___ ik je opgehaald. (hebben)
  3. Als het niet had geregend, ___ we naar het strand gegaan. (zijn)
  4. Ik ___ je graag geholpen, maar ik had geen tijd. (hebben)
  5. Als we de trein niet ___, waren we op tijd geweest. (missen)
  6. Als hij harder had gestudeerd, ___ hij voor zijn examen geslaagd. (zijn)
  7. Zonder jouw hulp ___ ik het nooit gered. (hebben)
  8. Als ik jou was, ___ ik dat niet gezegd. (hebben)
  9. Als ik dat had geweten, zou ik niet ___. (komen)
  10. Als de dokter beter ___, had hij het probleem gevonden. (kijken)
  11. Wat zou jij in mijn situatie ___? (doen)
  12. Als we eerder ___, hadden we nog kaartjes gehad. (vertrekken)