B2 · Adjectives & articles
Participles as adjectives
de gesloten deur, de bezorgde ouders, het rijdende busje.
- De ___ directeur begon in januari met de reorganisatie. (resigneren)
- De deur van de gemeenschapshal is al ___; de sleutel is kwijt. (sluiten)
- De ___ ouders hebben samen een klacht ingediend. (bezorgd)
- Wij zagen een ___ busje richting het station. (rijden)
- Het rapport is ___ door de commissie in mei. (goedkeuren)
- De ___ prijzen hebben de huishoudens flink geraakt. (stijgen)
- Onze nieuwe collega is heel ___ over het onderwerp. (begeisteren)
- Dat is een ___ onderneming, met vestigingen in heel Europa. (uitbreiden)
- De stad is ___ door de overstroming van vorig jaar. (veranderen)
- Zij sprak met een ___ man die zijn papieren kwijt was. (verdwalen)
- De tekst, ___ in 1880 voor het eerst verscheen, is zeldzaam. (verschijnen)
- Het boek is al ___; er is nog één exemplaar over. (verkopen)