B2 · Adjectives & articles
Irregular participles as adjectives
het geschreven bericht, de gebroken belofte, de gevonden portefeuille.
- Het ___ bericht van de burgemeester is vandaag verschenen. (schrijven)
- De ___ belofte maakte de relatie onmogelijk. (breken)
- De politie heeft de ___ portefeuille aan de eigenaar teruggegeven. (vinden)
- Het ___ huis staat al jaren leeg. (bouwen)
- Zij nam de ___ beslissing zonder overleg. (nemen)
- Wij hebben het ___ contract voor de derde keer gelezen. (lezen)
- De klant had een ___ vraag over de levertijd. (stellen)
- Hij is de ___ man van het team. (kiezen)
- Dit is de ___ prijs die wij ooit kregen. (geven)
- Wij moeten de ___ feiten eerst op een rij zetten. (begrijpen)
- De ___ relatie tussen de twee afdelingen is duidelijk zichtbaar. (dragen)
- Hij schreef een ___ brief aan de gemeente. (schrijven)