B2 · Adjectives & articles
zo … dat: cause and result
zo duur dat, zo groot dat, zo moeilijk dat.
- De huur was ___ dat wij meteen een andere woning zochten. (duur)
- Het gebouw is ___ dat het hele blok in de schaduw ligt. (groot)
- De opgave was ___ dat niemand hem alleen kon maken. (moeilijk)
- Het was ___ dat niemand de vergadering bijwoonde. (koud)
- De file was ___ dat we een uur te laat waren. (lang)
- Wij konden ___ dat de opdracht binnen een dag klaar was. (snel)
- Het was ___ dat de mensen in de straten bleven staan. (druk)
- De reactie was ___ dat de minister de persconferentie afzegde. (heftig)
- De prijzen zijn niet ___ dat gezinnen afzien van vlees. (hoog)
- Het geluid was ___ dat de hele zaal het niet hoorde. (hard)
- Zij was ___ dat ze de controle bijna niet haalde. ( nerveus)
- Het aanbod was ___ dat wij meteen hebben afgesproken. (goed)