B2 · Adjectives & articles
redelijk, vrijwel, nagenoeg
redelijke prijs, vrijwel onmogelijk, nagenoeg hetzelfde.
- De gemeente hanteert een ___ uurtarief voor de huurders. (redelijk)
- Het is ___ onmogelijk om binnen een week te sluiten. (vrijwel)
- De kosten zijn ___ gelijk aan die van vorig jaar. (nagenoeg)
- Wij vragen om een ___ termijn voor de betaling. (redelijk)
- De procedure is ___ identiek aan die van 2019. (nagenoeg)
- Er zijn ___ geen klachten over de nieuwe dienstregeling. (vrijwel)
- Het voorstel is ___ haalbaar binnen het budget. (redelijk)
- Het is ___ onmogelijk om alle aanvragen binnen de termijn te behandelen. (vrijwel)
- Wij hopen op een ___ akkoord met de vakbond. (redelijk)
- Alle aanwezigen waren ___ tevreden met het voorstel. (nagenoeg)
- De gemeente verwacht ___ honderd aanvragen in het komende jaar. (bijna)
- Er is ___ een oplossing in zicht. (nagenoeg)