Learn Dutch
B2 · Adjectives & articles

Hedged comparisons

aanzienlijk beter, duidelijk, opvallend, enigszins.

  1. Het is ___ kouder dan vorig jaar. (aanzienlijk)
  2. Het aantal klachten is ___ afgenomen sinds de wijziging. (duidelijk)
  3. Wij zagen ___ verschil tussen de twee versies van het rapport. (nauwelijks)
  4. De nieuwe aanpak werkt ___ beter dan de oude methode. (aanzienlijk)
  5. De onderhoudskosten zijn ___ gestegen in twee jaar tijd. (enorm)
  6. Er is ___ vooruitgang geboekt met het project. (beperkte)
  7. Het verschil tussen de twee varianten is ___ groter dan wij dachten. (aanzienlijk)
  8. Zij presteert ___ beter dan haar directe collega's. (opvallend)
  9. Het effect van de maatregel was ___ beperkt. (duidelijk)
  10. De nieuwe methode is ___ sneller dan de oude. (aanzienlijk)
  11. Wij moeten ___ voorzichtig zijn met die conclusie. (enigszins)
  12. Het pand is ___ ouder dan het gebouw ernaast. (aanzienlijk)