B2 · Adjectives & articles
Degree adverbs and their scale
zeer, tamelijk, bijzonder, uiterst, grotendeels.
- Het is ___ belangrijk dat alle afdelingen meedoen. (zeer)
- De kostprijs van het project is ___ hoog. (tamelijk)
- Wij moeten ___ zorgvuldig met de gegevens omgaan. (bijzonder)
- De gevolgen van de beslissing zijn ___ ernstig. (uiterst)
- De oplossing is ___ dezelfde als die van 2020. (grotendeels)
- Wij zijn ___ overtuigd van de juistheid van de cijfers. (volledig)
- Het voorstel is ___ interessant voor jonge doeners. (buitengewoon)
- De communicatie tussen de afdelingen is ___ gebrekkig. (enigszins)
- De resultaten zijn ___ bruikbaar voor de vervolgstudie. (vrijwel)
- Het beleid is in de praktijk ___ onuitvoerbaar gebleken. (volledig)
- Deze oplossing is ___ eenvoudiger dan de vorige. (aanzienlijk)
- De ouders zijn ___ tevreden over de nieuwe docent. (hoogst)