B2 · Adjectives & articles
Adjectives of estimation
vermoedelijk, waarschijnlijk, twijfelachtig, ongetwijfeld.
- ___ is de reden dat de trein te laat was. (vermoedelijk)
- ___ is het rapport nog niet verschenen. (waarschijnlijk)
- ___ is de juiste verklaring voor het verschil. (ongetwijfeld)
- Het is ___ dat de cijfers onjuist zijn. (twijfelachtig)
- ___ is hij al vertrokken. (vrijwel-zeker)
- ___ is de oorzaak van de vertraging in de aanlevering. (hoogstwaarschijnlijk)
- Het is ___ dat iedereen het eens is met het voorstel. (dubbelzinnig)
- Zij is ___ de juiste persoon voor deze functie. (ongetwijfeld)
- ___ is er in de buurt geen goede bakker meer. (waarschijnlijk)
- De oorzaak van de storing is ___ een defecte kabel. (vermoedelijk)
- Het is ___ dat hij de vergadering heeft overgeslagen. (hoogstwaarschijnlijk)
- Dat het pand onderhoud nodig heeft, is ___ duidelijk. (vrijwel)