B2 · Adjectives & articles
Describing a building formally
monumentaal, sobere, industrieel, karakteristiek.
- De ___, hal van het oude station is grondig gerenoveerd. (monumentaal)
- Het gebouw heeft een ___ en sober interieur. (strak)
- De gevel heeft een sterk ___ karakter. (industrieel)
- De synagoge is een ___ gebouw in de binnenstad. (karakteristiek)
- De architect koos voor een ___ en minimalistische stijl. (strak)
- Het complex is ___ ontworpen voor multifunctioneel gebruik. (doelmatig)
- De renovatie was ___ en duur, maar het resultaat is indrukwekkend. (ingrijpend)
- Het pand heeft een ___ gevel van baksteen en glas. (monumentaal)
- De materialen zijn sober maar van een ___ kwaliteit. (hoog)
- De ruimte oogt ___ en functioneel. (eenvoudig)
- Het is een ___ voorbeeld van het Amsterdamse blok. (typisch)
- De uitbreiding oogt bewust ___ en past in de omgeving. (bescheiden)