B2 · Adjectives & articles
Adjectives with the prefix be-
bekend, betrouwbaar, bewezen, bereikbaar, beschikbaar.
- De conclusies van het onderzoek zijn ___ gebleken. (bewezen)
- Het uitstuurpunt is van alle stations ___ . (bereikbaar)
- Het volledige dossier is via de website ___ . (beschikbaar)
- Zij is al heel bekend ___ het publiek. (bekend)
- Wij zoeken een ___ partner voor het project. (betrouwbaar)
- De bestuursleden zijn ___ met de uitkomsten van de enquête. (bekend)
- De belofte van de politie bleek ___ . (beloofd)
- De dienst is alleen ___ voor bewoners met een abonnement. (beschikbaar)
- Wij moeten de bewoners houden van het ___ van de wijk. (beeld)
- Het contract is nog niet ___ . (getekend)
- De klant is tevreden over ___ kwaliteit van het werk. (bepaalde)
- De bewering bleek ___ en kon niet worden bewezen. (onhoudbaar)