B2 · Adjectives & articles
Adjectives in -loos
doelloos, zorgeloos, regelloos, vechtlustig, hopeloos.
- De ___ reorganisatie kostte de gemeente veel geld. (doelloos)
- Het gebrek aan toezicht leidde tot een ___ situatie. (zorgeloos)
- De marktwerking in die sector is volledig ___ . (regelloos)
- Het zicht op een oplossing was ___ . (hopeloos)
- De ___ reactie van de bevolking verraste de politici. (paniek)
- Zij gaf een ___ antwoord op de vraag naar de oorzaak. (zorgeloos)
- Het wegennet in het gebied is nog steeds ___ . (onregelmatig)
- De ___ omzettingen in de branche zetten de kleine winkels onder druk. (onvoorzien)
- De vergelijking met vorig jaar is ___ geweest. (betekenisloos)
- Wij moeten het ___ gedrag van de groep aanpakken. (grensoverschrijdend)
- Het verlies van de baan betekende een ___ periode voor de familie. (zorgeloos)
- De redactie vond het artikel ___ en plaatste het toch. (onaf)