B2 · Adjectives & articles
Adjectives in -zaam
eigenaardig, merkwaardig, aanzienlijk, belangrijk, kieskeurig.
- De archeoloog maakte een ___ vondst in het veen. (merkwaardig)
- Zij heeft een ___ gewoonte van laat opstaan. (eigenaardig)
- Het museum is een ___ plek voor jonge kunstenaars. (belangrijk)
- De overheid publiceerde een ___ rapport over de luchtkwaliteit. (gedetailleerd)
- Dat is een ___ onderscheiding voor haar werk. (aanzienlijk)
- Hij is ___ in zijn eisen aan de kwaliteit van het werk. (kieskeurig)
- De resultaten van het veldwerk waren ___ . (verrassend)
- Wij moeten een ___ moment afwachten. (geschikt)
- Dit is een ___ voorbeeld van een goede schrijfstijl. (uitstekend)
- De bewoners zijn ___ over de nieuwe tarieven. (ontevreden)
- De medische controle was ___ en grondig. (uitvoerig)
- Een ___ bericht over de aanstaande verhuur is al verschenen. (eind)