B2 · Adjectives & articles
Emotions in formal writing
opgetogen, teleurgesteld, bezorgd, verontwaardigd: emoties in een formele tekst.
- De burgemeester was ___ over het bereikte akkoord. (opgetogen)
- Dit was een ___ moment voor de hele familie. (bijzonder)
- De bewoners van de wijk zijn ___ over de geplande sloop. (bezorgd)
- Het publiek reageerde ___ op de aankondiging. (ontstemd)
- Zij toonde ___ bij de prijsuitreiking. (trots)
- De delegatie was ___ over het uitblijven van een reactie. (teleurgesteld)
- Wij zijn ___ dat de aanvraag is toegewezen. (verheugd)
- De directeur is ___ over het artikel in de krant. (verontwaardigd)
- Niemand was ___ toen de oplossing werd gevonden. (opgelucht)
- Zij voelde zich ___ door de gang van zaken. (gefrustreerd)
- De manager gaf een ___ antwoord op de kritische vraag. (ontwijkend)
- Wij moeten de ___ gevoelens van de betrokkenen respecteren. (gemengde)