B2 · Adjectives & articles
Colours used figuratively
grijs, zwart, rood, bleek, helder: kleuren die iets anders betekenen.
- De toekomst van het project ziet er ___ uit. (grijs)
- Het rapport bevat veel ___ informatie over de financiën van de stichting. (zwart)
- In de raadszaal ging de discussie ___ . (rood)
- Er lag een ___ waas over de samenwerking tussen de afdelingen. (bleek)
- Wij moeten een ___ lijn hanteren in de communicatie met de bewoners. (helder)
- De oppositie noemt sommige posten in de begroting ___ . (onduidelijk)
- De brochure van de gemeente is ___ opgezet met veel foto's. (kleurrijk)
- De sfeer op de afdelingsbijeenkomst was ___ . (saai)
- In het jaarverslag staat een ___ pagina over de klimaatdoelen. (wit)
- Het ___ woord ontbreekt in het rapport van de rekenkamer. (belangrijk)
- De kleur van de meubels in de wijk is bijzonder ___ . (warm)
- De ___ kant van het conflict kwam in het rapport nauwelijks voor. (verborgen)