B2 · Adjectives & articles
Politeness and courtesy
beleefd, hoffelijk, neerbuigend, onbeleefd: omgangsvormen in het werk.
- De ontvangst was warm en ___ ; de gasten voelden zich welkom. (vriendelijk)
- Zij beantwoordde de vragen van de burgers ___ en geduldig. (hoffelijk)
- Een ___ e-mail begint met een korte begroeting. (beleefd)
- De klant vond het personeel ___ . (onvriendelijk)
- De voorzitter hield de toon ___ en nodigde iedereen uit. (gematigd)
- Wij moeten de ___ reactie van de directeur niet persoonlijk opvatten. (afstandelijk)
- Een ___ opmerking over andermans werk komt niet goed over. (onbeleefd)
- De medewerker was altijd ___ om nieuwe collega's te helpen. (hulpvaardig)
- In het omgaan met bewoners hanteert de gemeente een ___ toon. (gematigd)
- Zij bedankte de bewoners ___ voor hun medewerking. (hartelijk)
- Het is ongepast om zo ___ te reageren op een kritische vraag. (brutaal)
- De directie hecht waarde aan een ___ omgang met de klanten. (respectvol)