B2 · Adjectives & articles
Difficulty and ease
moeilijk, eenvoudig, lastig, uitdagend: hoe zwaar een taak of aanvraag is.
- De aanvraag voor de vergunning is vrij ___ . (ingewikkeld)
- Wij zoeken een ___ oplossing die de burger zelf kan invullen. (eenvoudig)
- De instructie voor de nieuwe software is ___ ; de meeste beletters lopen vast. (onduidelijk)
- Het overleg met de bewoners bleek ___ . (lastig)
- De nieuwe medewerker heeft de taken ___ opgepakt. (gemakkelijk)
- Het is een ___ vraag om de juiste bestemming te vinden. (uitdagend)
- De wijk heeft de ___ taak om de bewoners mee te krijgen. (moeilijk)
- De redactie vindt de tekst nogal ___ . (cryptisch)
- Wij bieden een ___ route aan voor wie minder mobiel is. (eenvoudig)
- Zich oriënteren op de nieuwe regels bleek voor velen ___ . (verwarrend)
- De procedure moet zo ___ mogelijk blijven voor de burger. (eenvoudig)
- Het is een ___ kwestie van tijd, niet van geld. (eenvoudige)