B2 · Adjectives & articles
Curiosity and interest
geïnteresseerd, nieuwsgierig, betrokken, onverschillig: interesse in werk en maatschappij.
- Zij is sterk ___ in de geschiedenis van de wijk. (geïnteresseerd)
- De kinderen waren ___ en stelden allemaal vragen. (nieuwsgierig)
- Wij willen de bewoners ___ houden bij de ontwikkelingen. (betrokken)
- Hij is niet ___ voor de administratieve kant van het werk. (geïnteresseerd)
- De ___ journalist vroeg door tot de oorsprong van het probleem. (nieuwsgierig)
- Het publiek reageerde ___ ; de thema-avond trok record veel kijkers. (geïnteresseerd)
- De deelnemers van de klankbordvergadering bleken ___ . (onverschillig)
- Wij zoeken een ___ partner die het onderwerp verder wil brengen. (betrokken)
- De ___ houding van de bewoners heeft het plan mogelijk gemaakt. (open)
- Er is in de wijk veel ___ voor duurzame energie. (belangstelling)
- De redacteur wil de ___ vragen van de lezers zeker beantwoorden. (oprecht)
- Hij luisterde ___ naar de argumenten van de tegenstander. (aandachtig)