Learn Dutch
B2 · Adjectives & articles

Patience and perseverance

geduldig, volhardend, meewerkend, ongeduldig: werken aan een lang traject.

  1. De medewerkster is heel ___ met bewoners die niet meteen antwoorden. (geduldig)
  2. Wij moeten ___ blijven in de lange strijd om de voorziening te behouden. (volhardend)
  3. De ___ houding van het bestuur heeft het project gered. (volhardende)
  4. Zij was ___ toen de bewoners bleven zeggen dat het niet kon. (ongeduldig)
  5. Het is een ___ proces dat meerdere jaren duurt. (trage)
  6. Wij bedanken de bewoners voor hun ___ in het overleg. (inzet)
  7. De onderhandelaar bleef ___ en liet de druk niet werken. (kalm)
  8. Het is belangrijk dat het proces ___ blijft, ook bij tegenslag. (eerlijk)
  9. Wij moeten de ___ wachten van de bewoners serieus nemen. (lange)
  10. Zij verdroeg de kritiek met groot ___ . (geduld)
  11. De bewoners hebben de ___ van de wijk georganiseerd. (moeite)
  12. Hij is een ___ en doorzetter die het project al drie keer heeft gered. (volhardend)