B2 · Adjectives & articles
Generosity and thrift
gul, mild, zuinig, bescheiden: geld, giften en uitgaven in de samenleving.
- De werkgever was ___ en betaalde de opleiding van de medewerkers. (gul)
- De bewoners kwamen met een ___ bijdrage voor het gemeenschapshok. (gul)
- Hij is heel ___ ; hij koopt zelden iets nieuws. (zuinig)
- De stichting ontving een ___ gift van een anonieme gever. (aanzienlijk)
- De uitgaven voor het onderhoud blijven ___ ; er is weinig reserve. (bescheiden)
- Wij waarderen het ___ van de vrijwilligers in de wijk. (inzet)
- De gemeente is ___ : zij helpt elk initiatief met een kleine bijdrage. (beleefd)
- De meeste bewoners houden de kosten van het zwembad laag door het ___ gedrag. (zuinig)
- De bijdrage van het bedrijf was een ___ steun in moeilijke tijd. (welgemeen)
- Wij willen een ___ prijs voor het lidmaatschap, niet de hoogste. (bescheiden)
- De boekhouding moet zichtbaar zijn, ook voor kleine ___ . (uitgaven)
- Hij is ___ met zijn middelen en deelt met anderen. (gul)