B2 · Adjectives & articles
Handwriting and script
leesbaar, slordig, kronkelig, net: hoe iemand schrijft.
- Zijn handschrift is vrij ___ ; de letters lopen mooi door. (leesbaar)
- De aantekeningen van de oude ambtenaar waren heel ___ . (slordig)
- Wij vragen om een ___ versie van het contract, zonder correctielijnen. (net)
- Het ___ handschrift van de notaris is beroemd in de stad. (kronkelig)
- De brief is geschreven in een ___ taal, zonder halve zinnen. (heldere)
- Wij moeten het document ___ bijschrijven voordat het naar de klant gaat. (zorgvuldig)
- De brief was in een ___ handschrift geschreven, met veel correcties. (onleesbaar)
- De ___ versie van de notitie staat in de map. (definitief)
- Het is belangrijk dat het ___ van de leerling voor iedereen leesbaar is. (handschrift)
- De oude brief is in een ___ dialect geschreven. (verouderd)
- Wij willen het rapport in ___ taal herschrijven voor het breedste publiek. (begrijpelijk)
- Het is een ___ document; niemand kan de cijfers lezen. (onleesbaar)