B2 · Adjectives & articles
Attitude to work
gemotiveerd, lui, betrokken, plichtsgetrouw: houding tegenover het werk.
- De nieuwe medewerker is heel ___ en neemt graag nieuwe taken op. (gemotiveerd)
- De directie is ___ bij de medewerkers; dat merk je aan het werk. (betrokken)
- Hij doet zijn werk nauwelijks en lijkt meestal ___ . (lui)
- De bewoners zijn ___ bij het behoud van het zwembad. (betrokken)
- Wij waarderen een ___ medewerker die ook na vijf uur nog doorwerkt. (werkwillig)
- Het werk van de komende jaren is ___ ; daarom zoeken wij extra mensen. (onzeker)
- Hij is ___ en doet precies wat hem gevraagd wordt. (plichtsgetrouw)
- De opdracht werd uitgevoerd met ___ oog voor de details. (groot)
- Wij zoeken iemand die het werk leuk vindt en ___ is met nieuwe taken. (flexibel)
- De resultaten van het kwartaal zijn ___ ; de omzet steeg met tien procent. (verheffend)
- De ___ inzet van het team heeft het project gered. (vaste)
- Wij moeten de juiste balans vinden tussen ___ werken en herstel. (hard)