Learn Dutch
B2 · Adjectives & articles

Tricky adjective endings

iets + -s, elk / zo'n / wat een, comparatives and spelling.

  1. Ik heb vandaag iets ___ gehoord. (interessant)
  2. Hij heeft niets ___ gezegd. (vreemd)
  3. Dat was een ___ besluit. (moedig)
  4. Het was het ___ besluit dat ik ooit heb genomen. (moeilijk)
  5. Elk ___ voorstel wordt serieus bekeken. (redelijk)
  6. Zo'n ___ huis kunnen wij niet betalen. (groot)
  7. Ons ___ kantoor ligt in het centrum. (nieuw)
  8. In veel landen hebben mensen geen toegang tot ___ water. (schoon)
  9. Wat een ___ idee! (goed)
  10. Wonen in de stad is veel ___ dan op het platteland. (duur)
  11. Ze wonen in een ___ straat zonder parkeerplaatsen. (smal)
  12. Volgens mij is dit de ___ oplossing. (eenvoudig)