Learn Dutch
B2 · Adjectives & articles

Formal comparison

even goed als, zo goed als, veel meer, geen van beide, beter dan…

  1. De uitkomsten zijn ___ goed als die van vorig jaar. (even)
  2. Dit jaar zijn de cijfers niet ___ goed als die van 2022. (zo)
  3. Het onderzoek is ___ uitgebreider dan de eerdere meting. (veel)
  4. Zij heeft ___ belangstelling voor het onderwerp dan haar collega. (veel)
  5. Het is van belang dat het rapport ___ gedegen is als mogelijk. (zo)
  6. De resultaten zijn ___ overtuigend als die van het vorige onderzoek. (even)
  7. Geen van beide voorstellen is duidelijk ___ het andere. (beter)
  8. De klant was ___ tevreden met de oplossing dan met de prijs. (veel)
  9. De tekst is ___, maar het beleid erachter is duidelijk beter. (matig)
  10. De doelstelling is ___ ambitieus als die van het vorige college. (even)
  11. Wij moeten de resultaten ___ zorgvuldig mogelijk blijven controleren. (zo)
  12. Het beleid van dit college is ___ gericht dan dat van het vorige college. (minder)