B2 · Adjectives & articles
Participles used as adjectives
de betrokken partij, de gesloten aanvraag, de stijgende prijzen.
- De ___ partij in het conflict wil een bemiddelaar inschakelen. (betrokken)
- Door de ___ prijzen wordt het aflossen van de hypotheek steeds lastiger. (stijgend)
- De deur van de gemeenschapshal is al ___; de sleutel is kwijt. (sluiten)
- De ___ bewoners kwamen naar de informatieavond. (bezorgd)
- Wij willen een oplossing voor het ___ probleem. (bijzonder)
- De regering ziet het ___ moment om de belastingen te hervormen. (gunstig)
- Het aantal werklozen is het ___ tot nu toe. (laag)
- De ___ bestuurder nam in mei afscheid. (waarnemend)
- Wij zoeken een ___ adviseur voor het gemeentelijke project. (zelfstandig)
- Ik ben niet ___ met de manier waarop hij het heeft uitgelegd. (tevreden)
- De in 1890 ___ brug is nu een rijksmonument. (bouwen)
- De ___ buurt heeft de meeste sociale woningen. (nieuw)