Learn Dutch
B2 · Adjectives & articles

Articles: de or het? (abstract nouns)

Endings that help: -ing/-heid/-ie are de, -isme/-um/-schap often het.

  1. ___ regering wil de belastingen verlagen.
  2. ___ lidmaatschap kost veertig euro per jaar.
  3. ___ toerisme in Amsterdam groeit nog steeds.
  4. Ik ben het niet eens met ___ argument.
  5. ___ samenwerking tussen de afdelingen verloopt goed.
  6. Het medicijn ___ de arts voorschreef, hielp niet.
  7. ___ landschap van Zuid-Limburg is heuvelachtig.
  8. Wie heeft eigenlijk ___ besluit genomen?
  9. De mogelijkheid ___ wij bespraken, is te duur.
  10. ___ centrum van de stad is autovrij.
  11. ___ wetenschap heeft nog geen antwoord op die vraag.
  12. Ik maak me zorgen over ___ klimaat.