B2 · Adjectives & articles
Adjectives: comparing & superlatives
steeds hoger, zo eerlijk mogelijk, meest, minste, het snelst.
- De energieprijzen worden steeds ___. (hoog)
- Dit is het ___ resultaat ooit. (goed)
- Probeer de vragen zo ___ mogelijk te beantwoorden. (eerlijk)
- Hij verdient veel ___ geld dan ik. (veel)
- Dat was de ___ vergissing van zijn carrière. (groot)
- In onze stad zijn er steeds ___ boekwinkels. (weinig)
- Zij is de ___ gemotiveerde student van de groep. (veel)
- Het ___ wat ik kan doen, is je helpen met verhuizen. (weinig)
- Met de trein ben je het ___ in Parijs. (snel)
- Sinds zijn pensioen is hij ___ dan ooit. (gelukkig)
- Het is een ___ huis dan ik had verwacht. (klein)
- De ___ keuze is niet altijd de beste. (goedkoop)