Learn Dutch
B2 · Prepositions

Voor: meaning and expectation

Voor with abstract nouns, expectations and fixed phrases.

  1. De gemeenteraad heeft een concreet plan ___ de komende jaren.
  2. Er is weinig ruimte ___ nieuwe initiatieven in de buurt.
  3. De school heeft een oog ___ de taalachterstand van de leerlingen.
  4. Het is de verantwoordelijkheid ___ de werkgever om de veiligheid te waarborgen.
  5. We weten ___ zeker dat de cijfers van de meting kloppen.
  6. ___ zover ik weet, is er nog geen besluit genomen.
  7. ___ wat betreft de oude wijken, is er extra geld beschikbaar.
  8. De voorzitter spreekt namens het bestuur; hij spreekt ___ de directie.
  9. De afdeling zorgt ___ een snelle afhandeling van alle aanvragen.
  10. Zij ontving vorig jaar een prijs ___ haar inzet voor de wijk.
  11. Er was veel belangstelling ___ het voorstel van de bewoners.
  12. Er is duidelijk een tendens ___ meer flexibele werktijden.