Learn Dutch
B2 · Prepositions

Met: means and abstract qualities

Met for instruments, comparisons and abstract relations.

  1. We hebben de plannen ___ het oog op de bewoners opgesteld.
  2. Met betrekking ___ uw aanvraag ontvangen wij binnenkort een brief.
  3. De vergadering verliep ___ een rustige sfeer.
  4. De klant was tevreden ___ het resultaat van de reparatie.
  5. De nieuwe norm is niet in lijn ___ het beleid van vorig jaar.
  6. De aanpak van het project is in strijd ___ de geldende regels.
  7. We hebben het project ___ behulp van tientallen vrijwilligers afgerond.
  8. De uitzondering geldt ___ leerlingen met een ondersteuningsplan.
  9. De drie partijen zijn het eens ___ de verdeling van de taken.
  10. De vereniging is verbonden ___ een landelijke federatie van wijkplatformen.
  11. Met een dergelijke opzet loopt het bedrijf ___ een faillissement aan.
  12. De inkoper onderhandelt ___ de leverancier over de levertijd.