B2 · Prepositions
Op: dependence and obligation
Op for reliance, repeated action and obligations.
- De handhaving moet toezien ___ de naleving van de regels.
- Wij rekenen erop dat de levering ___ tijd komt.
- Het verschil komt neer ___ een kleine correctie op de begroting.
- De bewoners deden een beroep ___ de ombudsman.
- Dat vraagt ___ een strakke planning en genoeg tijd.
- De school hecht ___ samenwerking met de ouders.
- Ik ben van plan ___ in het voorjaar een cursus te starten.
- De resultaten worden getoetst ___ de doelstellingen van het project.
- De bewoners moeten afspraken maken ___ het onderhoud van de gemeenschapshal.
- Het park staat ___ aandacht van de pers.
- De gemeente legt het onderwerp ___ de bewoners voor.
- We moeten de plannen telkens ___ de actualiteit toetsen.