Learn Dutch
B2 · Prepositions

Op: dependence and obligation

Op for reliance, repeated action and obligations.

  1. De handhaving moet toezien ___ de naleving van de regels.
  2. Wij rekenen erop dat de levering ___ tijd komt.
  3. Het verschil komt neer ___ een kleine correctie op de begroting.
  4. De bewoners deden een beroep ___ de ombudsman.
  5. Dat vraagt ___ een strakke planning en genoeg tijd.
  6. De school hecht ___ samenwerking met de ouders.
  7. Ik ben van plan ___ in het voorjaar een cursus te starten.
  8. De resultaten worden getoetst ___ de doelstellingen van het project.
  9. De bewoners moeten afspraken maken ___ het onderhoud van de gemeenschapshal.
  10. Het park staat ___ aandacht van de pers.
  11. De gemeente legt het onderwerp ___ de bewoners voor.
  12. We moeten de plannen telkens ___ de actualiteit toetsen.